interviews

‘Spelenderwijs nieuwe inzichten opdoen’

Zoro Feigl, Hoop, 2015, collectie Rijksmuseum Twenthe Zoro Feigl, Hoop, 2015, collectie Rijksmuseum Twenthe

De titel van de tentoonstelling Ik speel, dus ik ben is een motto voor het Rijksmuseum Twenthe, vertelt directeur Arnoud Odding. ‘De negen kunstwerken die we uit deze tentoonstelling konden aankopen, met een Bijdrage Collectieprogramma’s van het Mondriaan Fonds, tekenen onze nieuwe koers. Spelenderwijs nieuwe inzichten opdoen zie ik als hoofdfunctie van de kunst: essentieel bij de totstandkoming ervan, maar eveneens voor het publiek.

‘Deze negen kunstwerken delen een dynamische ruimtelijkheid. Het zijn mobiles, lichtsculpturen en robotachtige werken. In hun aanstekelijke uitstraling zie je de experimenteerdrift waaruit ze voortgekomen zijn. De makers, van Michel Martens & Jetske Visser tot Eibert Draisma, Zoro Feigl of Peter Zegveld, benutten kansen die zich voordoen tijdens het proces; hun werk ontkomt aan vooropgezette ideeën. Juist kunst geeft die vrijheid om via de verbeelding nieuwe wegen te verkennen. Meer dan andere domeinen in onze samenleving. Dat zijn noties die leidinggevend zijn in ons museum: zowel het idee van de spelende mens als het ideaal van de vrijheid van de kunst.

‘Rijksmuseum Twenthe sluit daarmee aan bij sterke kanten van de regio, met innovatieve bedrijven en de internationaal opererende technische universiteit. Wij voegen daar de vonk van de verbeelding aan toe via ons nieuwe collectieprogramma en een permanente activiteit als de Academie van Verbeelding: een denktank en laboratorium voor kunst, technologie en ondernemerschap. De focus op die drie bepaalt ook het verzamelbeleid.

‘De aankoop van deze samenhangende groep kunstwerken is een bevestiging van dat beleid en zorgt ervoor dat we alle registers inderdaad kunnen bespelen. En delen! Fallen Angel van Christiaan Zwanikken bewijst zich sinds vorig jaar al op drie verschillende tentoonstellingen; deze kinetische sculptuur is een spilfiguur, letterlijk en figuurlijk een toonbeeld van beweeglijkheid.’