interviews

‘Twee in één! We dachten dat we drie verentooien hadden, het zijn er vier!’

Conservator Caroline van Santen, Zeeuws Museum / Hoofdtooi afkomstig van de Arawak, de Carib of de Warrau van het kustgebied van de Guyana's, 1725-1775 (palmblad, veren, katoen) Zeeuws Museum, collectie Zeeuws Genootschap. Foto's: Anda van Riet en Mieke Wijnen

De Wonderkamers van het Zeeuws Museum doen hun naam eer aan. Een zeldzame verentooi uit Zuid-Amerika, afkomstig uit de 18de eeuw, blijkt een combinatie van twéé unieke tooien te zijn. De ene heeft een krans van ibisveren, rood tegen zwart. De andere gaat royaal omhoog met lange rode veren uit de staart van de ara. Deze wonderbaarlijke verdubbeling kwam aan het licht bij onderzoek voorafgaand aan de restauratie, die afgelopen jaar werd uitgevoerd met een bijdrage Beschermd Cultuurgoed van het Mondriaan Fonds.

Begin oktober opent de nieuwe inrichting van de Wonderkamers. Voor het eerst zijn beide tooien daar los van elkaar te zien, vertelt conservator Caroline van Santen, elk in zijn nieuwe, opgefriste staat. ‘Het museum heeft altijd gedacht dat het drie tooien had. Nu zijn het er vier. Die stellen we telkens in paren van twee tentoon, want ze zijn zo oud en fragiel dat we ze beter om en om kunnen presenteren en laten rusten.’ Dat ze de eeuwen hebben doorstaan is te danken aan het donkere depot. ‘Maar het zou zonde zijn ze daartoe te veroordelen. Het gaat om erfgoed dat ons wijzer kan maken over de culturen waarin het is ontstaan en over onszelf. Dat willen we graag delen.’

Met meer dan tweehonderd uitzonderlijke voorwerpen viert het Zeeuws Museum het 250-jarig bestaan van het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen. Ook twee mammoetslagtanden zullen in de Wonderkamers te zien zijn. En een porseleinen dekselvaas uit China, hoger dan een meter. De relatie tussen kunst en wetenschap speelt een hoofdrol, vooral via bruiklenen van het Genootschap, met voorwerpen die door Zeeuwen zijn verzameld. De hoofdtooien komen eveneens uit die collectie; het Zeeuws Museum heeft ze in beheer.

Kunsthistoricus Jeroen Lesuis boog zich op uitnodiging van het museum voor zijn scriptie-onderzoek over hun herkomst en materiële staat. Hij vraagt de Duitse expert Andreas Schlothauer de tooien te komen bekijken. Twee draadjes waarmee sommige onderdelen zijn verknoopt, springen de specialist in het oog: ze zien er nieuwer uit dan de rest. In overleg met Van Santen wordt besloten ze los te maken. De platte ronde en de hoge tooi die tevoorschijn komen, zo weet zij nu dank zij het gespecialiseerde onderzoek, ‘zijn vermoedelijk zelfs van twee verschillende volken uit het kustgebied van Guyana, wel in elkaars regio, maar toch. Achteraf denk je: gek dat we dit niet eerder hebben gezien.’

Bemiddelaars tussen hemel en aarde

 

Links: Restaurator Camille Benecchi aan het werk in het Zeeuws Museum, 2019.
Rechts: Hoge hoofdtooi afkomstig van de Arawak, de Carib of mogelijk de Akawaio, de Atorai of de Waiwai van het kustgebied van de Guyana’s, 1725-1775 (plantenvezels, veren, katoen, was/harsmix), Zeeuws Museum, collectie Zeeuws Genootschap. Foto: Anda van Riet en Mieke Wijnen

Met een ragfijn injectienaaldje heeft restaurator Camille Benecchi alle veren schoon ‘gestofzuigerd’ en de hoge tooi via ‘een ingenieus systeem van lusjes en magneten’ verstevigd opgetast. ‘Bij zulke verfijnde materie luistert het zo nauw, dat we blij zijn dat we met de bijdrage van het Mondriaan Fonds ook de beste specialist konden aannemen voor de restauratie van deze tooien.’

Een hoofdman of medicijnman, iemand van status, was vermoedelijk de eigenaar. ‘Maar het is ook mogelijk dat ze bij initiatierituelen zijn gebruikt en in dat geval door iedereen gedragen werden,’ vertelt Van Santen. ‘Bij voorwerpen van 250 jaar oud, waar niet over is geschreven, blijft het speculatief. In Nederland en zelfs wereldwijd zijn zulke tooien uit de 18de eeuw een zeldzaamheid. Wat we wél weten is dat vogels gelden als boodschapper en bemiddelaar tussen hemel en aarde; het aardse en het bovennatuurlijke. De veren hebben een representatieve, maar ook een spirituele functie.’

Vermoedelijk zijn de tooien met een koopvaardijschip uit Zuid-Amerika naar Zeeland gekomen. Koopman Abraham Louijsen heeft de twee-in-één hoofdtooi in 1776 geschonken aan het Zeeuws Genootschap. ‘De eerste koloniale nederzettingen in het Guyaans kustgebied rond de rivieren Demerary en Essequibo waren van Zeeuwen, die er suikerplantages aanlegden. In de vrachtpapieren vind je informatie over de hoeveelheden suiker aan boord. Etnografische voorwerpen bleven buiten de boeken; het hele archief van de Middelburgse Commercie Compagnie is er door Jeroen Lesuis op doorgepluisd. Van welke stammen de tooien waren, kunnen we niet preciseren. Ze werden gedragen door diverse inheemse volken, zoals de Arawak, Carib, Warrau, Akawaio, Atorai en Waiwai. Nu ze zijn gerestaureerd en we onze onderzoeksresultaten en fotodocumentatie op orde hebben, kunnen we de kennis díe we hebben delen met het publiek. En met de culturen uit de kustgebieden in Zuid-Amerika waar dit koloniale erfgoed vandaan komt.’

Op 5 oktober opent het Zeeuws Museum de Wonderkamers, waar de verentooien te zien zijn die met een Bijdrage Beschermd Cultuurgoed van het Mondriaan Fonds zijn gerestaureerd. Tijdens het Weekend van de Wetenschap biedt het Zeeuws Museum een uitgebreid familie- en activiteitenprogramma aan. Lees hier meer.

Eén van de gerestaureerde verentooien is vanaf 5 oktober te zien in de Nieuwe Kerk in Amsterdam, waar De Grote Suriname Tentoonstelling opent, die met historische objecten, kunst, filmfragmenten, fotografie, mode en muziek de Surinaamse cultuur belicht, in de aanloop naar 45 jaar onafhankelijkheid. Het Mondriaan Fonds draagt bij aan De Grote Suriname Tentoonstelling via een Projectinvestering Instellingen. Lees hier meer.