interviews

‘Wie Wolkers wil zien moet in Leiden zijn, in de voetsporen van Wolkers zelf’

Atelier Jan Wolkers. Foto: Meta Knol Atelier Jan Wolkers. Foto: Meta Knol

‘In Leiden had Jan Wolkers zijn eerste solotentoonstelling, maar het was ook de stad waar het leven voor hem begon; hier trok de toekomst aan hem. Hij vond Leiden betoverend toen hij als gereformeerd jongetje met zijn moeder per tram uit Oegstgeest kwam en al het licht en de reclames zag. Daarna kwam hij vaak op de fiets, soms lopend, speciaal naar de lakenhal of het Museum voor Volkenkunde. In musea ging de wereld voor hem open. Het topwerk van Lucas van Leyden uit onze collectie, Het Laatste Oordeel, noemde hij ‘een supernudistenkamp’ met alle naakte zielen die erin ronddolen. Dat we uitgerekend hier zijn nalatenschap kunnen delen is geweldig; het maakt de cirkel rond.’

Directeur Meta Knol van Museum De Lakenhal in Leiden bekeek eerder dit jaar samen met weduwe Karina Wolkers op Texel het hele oeuvre aan kunstwerken van Jan Wolkers (1925-2007). Ze maakte een selectie van zeventien schilderijen, variërend van figuratief werk uit de beginjaren en experimentele collages uit de jaren zeventig tot en met de lichtschilderijen uit de laatste periode, velden vol tintelende kleurnuances. De nalatenschap werd bekostigd met een Bijdrage Incidentele Aankopen van het Mondriaan Fonds. Ook de aanschaf van het literaire en persoonlijke archief van Jan Wolkers door de Universitaire Bibliotheken Leiden werd mogelijk via deze bijdrage. Het archief bestaat uit brieven, dagboeken, foto’s, typoscripten en drukproeven, maar ook uit beeldend werk op papier, zoals schetsen, tekeningen en aquarellen. ‘Wie het werk van Wolkers wil zien en bestuderen,’ zegt Meta Knol, ‘moet voortaan in Leiden zijn, in de voetsporen van Wolkers zelf.’

Portret Meta Knol. Foto: Rob Overmeer

Portret Meta Knol. Foto: Rob Overmeer

‘Respect voor zijn boeken, maar Wolkers was allereerst beeldend kunstenaar’

De eerste tentoonstelling van de nieuwe aanwinsten Wolkers is vanaf juni volgend voorjaar te zien, wanneer Museum De Lakenhal zijn deuren heropent na een ingrijpende verbouwing. Knol en haar staf buigen zich nu over de (her)inrichting. Het publiek verheugt zich op Wolkers, merkt ze nu al aan de respons. ‘Zelden hebben we een aankoop gedaan die zoveel heeft losgemaakt in de pers en bij mensen om ons heen, collega’s en Leidenaren. Wolkers is de schrijver met wie we allemaal volwassen zijn geworden. Door de beeldende taal en de bevrijding van de seksuele moraal staan Kort Amerikaans en Turks Fruit sinds de sixties nog altijd hoog op de lijst, maar ook Wolkers zelf is mythisch geworden. Hij straalde een bijna dierlijke levenslust uit die tot de verbeelding spreekt, aangewakkerd door de verfilming van zijn boeken en zijn uitgesproken manier van vertellen op radio en tv, ook in zijn latere programma’s over de natuur in zijn achtertuin op Texel. Zijn naam als cultuurhistorisch icoon is zo sterk dat het als verrassing kwam dat hij ook een compleet oeuvre naliet als beeldend kunstenaar.’

Toch was Wolkers, zegt Meta Knol, ‘met alle respect voor zijn literaire werk’, eerst en vooral beeldend kunstenaar. ‘Ik zeg dat wel eens om te stangen, maar ik kan het ook staven. Als jongen was hij altijd aan het tekenen en hij is professioneel opgeleid tot beeldend kunstenaar, in Den Haag, Amsterdam en tot in Parijs aan toe, bij de beeldhouwer Zadkine. Toen hij in 1963 doorbrak met zijn romandebuut ging hij als een komeet, Jan Wolkers was in één klap de grote schrijver en smaakmaker, maar je moet je realiseren dat hij toen al zo’n twintig jaar actief was als beeldhouwer.’

In 1956 kreeg Wolkers zijn eerste belangrijke opdracht, voor een monument ter herinnering aan de watersnoodramp. Zijn bekendste kunstwerk is het Auschwitzmonument uit 1977 in Amsterdam, dat sinds 1993 in het Wertheimpark staat, ter nagedachtenis aan de slachtoffers die in de Tweede Wereldoorlog in Auschwitz en andere vernietigingskampen zijn omgebracht. Het wordt ook wel ‘Spiegelmonument’ of ‘Gebroken Spiegels’ genoemd.

‘De aankopen verrijken de Collectie Nederland. Ze tonen Wolkers’ veelzijdigheid en de harmonie die hij vond tussen cultuur en natuur’

‘Het is alsof Wolkers met de vlucht van zijn literaire talent zijn beeldend kunstenaarschap heeft verinnerlijkt,’ zegt Knol. ‘Er is ook een opvallend contrast tussen zijn beeldende en literaire werk. Zijn boeken en de omslagen ervan in de sixties waren extravert, net zoals die opwindende tijd zelf, met letters in gifgroen en knalroze, maar zijn schilderijen zijn anders, die krijgen een minimalistische kwaliteit die doet denken aan het ritme en het meditatieve van Jan Schoonhoven. Wolkers hield zijn schilderijen dicht bij zich, alsof hij ze niet zo dringend hoefde te exposeren. Voor het geld was dat ook niet nodig. Met de populariteit van zijn boeken en boekverfilmingen had hij zichzelf als kunstenaar vrijgespeeld. Meer dan de woorden, waarin hij zich uitleefde, waren de beelden zijn spiegel. Ze geven blijk van introspectie. Wat ik ontzettend ontroerend vond om te zien, toen Karina en ik op Texel zijn kunstwerken stuk voor stuk uitpakten en bekeken, is de ontwikkeling die zich daarin aftekent: van het tumultueuze en experimentele naar een harmonie die formeel is, maar ook een innerlijk evenwicht weerspiegelt. Een eenheid van cultuur en natuur.’


(Foto’s: Doro Keman)

Wikkend, wegend en heroverwegend, selecteerde Knol een groep werken waarin alle perioden uit Wolkers’ oeuvre terugkomen. Gevoegd bij de drie schilderijen die al in collectie waren, is Wolkers nu met twintig kunstwerken in Museum De Lakenhal vertegenwoordigd. Knol: ‘De bijdrage van het Mondriaan Fonds verrijkt de Collectie Nederland en heft hiermee een hiaat op. Wolkers was alleen in het Stedelijk Museum Schiedam aanwezig met enkele metalen sculpturen, gezaagd en gelast uit koper en messing. Bij ons vind je zijn veelzijdigheid en hele ontwikkeling. Van de assemblages met houten blokjes uit de jaren zestig in het abstracte reliëf Manhattan, om een voorbeeld te noemen, tot en met de atmosferische indrukken van de natuur in zijn latere schilderijen. Het allergrootste werk dat we hebben heet De Schuimende Zee. Het is een drieluik uit 2002 dat bestaat uit tintelende, abstracte kleurenvelden. Zelf vergeleek Wolkers het met de Waterlelies van Monet. Zurige mensen roepen in respons op zijn veelzijdigheid dat hij een navolger was, maar dat is zo’n onzin, hij was een kind van zijn tijd en een kunstenaar die zich tot de kunstgeschiedenis verhield. De geometrische wetmatigheid, het spel met de materie en de eenheid met de natuur zijn typisch Wolkers.’

‘De kruisbestuiving tussen museum en universiteit is top. De publieke investeringen in Wolkers nalatenschap worden door het publieke bereik dubbel zo veel waard.’

Hoewel Wolkers zijn kunstwerken nauwelijks verkocht, kreeg hij wel degelijk erkenning. Rudi Fuchs, oud-directeur van het Stedelijk Museum in Amsterdam, bestudeerde het werk en schreef erover. In 2008, een jaar na Wolkers’ overlijden, stelde hij voor Museum De Lakenhal een solotentoonstelling samen. Daarbij verscheen een door Irma Boom vormgegeven catalogus. ‘Voor het publiek wordt het werk vanaf onze heropening volgend jaar alleen maar sterker zichtbaar, ook via de samenwerking met de universiteit,’ zegt Knol. ‘De Universitaire Bibliotheken Leiden en hun prentenkabinet gaan selecties uit het archief digitaliseren, inclusief schetsen en tekeningen. De kruisbestuiving is top. De publieke investeringen via het Mondriaan Fonds worden daarin dubbel zoveel waard: Museum De Lakenhal bereikt het museale publiek en de universiteit bereikt via het onderwijs studenten en onderzoekers in een waaier van vakken, van literatuur, film en taal, tot en met de geschiedenis van kunst en cultuur.’

Jan Wolkers, De Vier Seizoenen. Foto: Doro Keman