Toespraak nieuwjaarsbijeenkomst 2018

Birgit Donker tijdens de nieuwjaarsbijeenkomst van het Mondriaan Fonds in het Wereldmuseum Rotterdam. Foto: Bas Czerwinski Birgit Donker tijdens de nieuwjaarsbijeenkomst van het Mondriaan Fonds in het Wereldmuseum Rotterdam. Foto: Bas Czerwinski


Uitgesproken door Birgit Donker in het Wereldmuseum Rotterdam, 11 januari 2018

Vrienden van het Mondriaan Fonds,

Wat fijn dat jullie er zijn en wat fijn dat we onze nieuwjaarsbijeenkomst hier kunnen houden, in het Wereldmuseum. Een plek waar cultureel erfgoed en beeldende kunst zo mooi samenkomen. Het werkterrein van het Mondriaan Fonds wordt daarin prachtig weerspiegeld. Dat strekt zich tenslotte uit van fossiel tot video. Of, in deze omgeving: van eeuwenoude maskers tot eigentijds erfgoed in de vorm van mode, naast maskerades in de actuele kunst.

We staan op de springplank van een nieuw jaar, wat onherroepelijk tot bespiegelingen leidt. In dit geval over de vraag: hoe gaat het met de beeldende kunst en het cultureel erfgoed in Nederland? We zijn inmiddels vijf jaar na het ingaan van de drastische bezuinigingen van het kabinet Rutte I. Waar staan we nu? Is er sprake van een zich steeds verder terugtrekkende overheid, in ruil voor een nietsontziende markt? Treedt verdergaande verschraling in? Is er steeds minder weerklank in de samenleving voor kunst en erfgoed? Of valt dit mee?

In de eerste plaats: De sporen van de bezuinigingen zijn zeer, zeer voelbaar. Voor een groot deel zijn ze afgewenteld op de makers, zo hebben ook de Raad voor Cultuur en de SER vorig jaar eendrachtig vastgesteld. Die makers zelf voelden dat al aan den lijve. En ook musea merken de gevolgen: het ontbreekt hun vaak aan de nodige ruimte voor verdieping. Bezoekrecords zijn vorig jaar weer gebroken, maar ruimte voor onderzoek moet maar al te vaak wijken in dienst van een vernauwd idee van cultureel ondernemerschap.

Ondanks die voelbare gevolgen van de drastische bezuinigingen, zijn er zeker ook lichtpunten. Vorig jaar rond deze tijd zag het er nog naar uit dat we mogelijk een kabinet kregen dat helemaal niets ophad met kunst. Met partijen die publieke investering in kunst afdoen als hobby en die hedendaagse kunst hardop bestempelen als bedreiging van de Nederlandse samenleving.

Maar het nieuwe kabinet ziet wél de noodzaak tot ontwikkeling van kunst en cultuur, die vrijhavens van de verbeelding, die in een wereld vol schuivende panelen belangrijker zijn dan ooit. Waarom? Omdat ze grenzeloos zijn en nieuwe waarden en wegen kunnen aandragen. Daarom loont het zo onbedaarlijk als open samenleving om in kunst en erfgoed te investeren. Dit kabinet doet dat inderdaad, gelukkig, en het heeft er zelfs iets extra’s voor uitgetrokken. Dat geeft hoop. Hoewel ik er direct bij moet zeggen dat dit bedrag bij lange na niet het bedrag compenseert dat eerder is wegbezuinigd.

Maar het goede nieuws blijft, dat de overheid zich op dit moment niet verder terug trekt. Ook wij van het Mondriaan Fonds zullen komend jaar weer graag bijdragen aan nieuwe plannen op het gebied van erfgoed en beeldende kunst. Niet voor niets draagt ons beleidsplan de titel: Verdieping en versterking van de vrijhaven van verbeelding. Het Mondriaan Fonds hoopt juist daar aan te kunnen bijdragen, waar behoefte is aan ontwikkeling en verbinding.

In sommige opzichten is hier vergeleken met het buitenland nog steeds veel mogelijk. De Prix de Rome, de staatsprijs voor jonge kunstenaars die vroeger gangbaar was in heel Europa, bestaat alleen nog hier. En in Vlaanderen geldt Nederland soms als voorbeeld: onlangs is er een regeling ingevoerd die kunstkoop stimuleert, naar model van de KunstKoop van het Mondriaan Fonds.

Er is meer hoopgevends. Zelf had ik onlangs twee ervaringen die ik als een vonk, als een lichtend voorbeeld wil meenemen het nieuwe jaar in. En die deel ik graag met jullie.

De eerste vlam van hoop lichtte op toen de kinderjury van de Prix de Rome haar keuze bekend maakte. De tentoonstelling met vier genomineerden vindt op dit moment plaats in de Kunsthal. Scholieren tussen de tien- en veertien jaar wezen bij de opening hun favoriet aan. Zij deden dat op fenomenale wijze. Het eerste woord dat ze gebruikten om het werk van hun winnaar, Katarina Zdjelar, te kenschetsen, was een luid en duidelijk: ‘liberaal!’ Deze kwalificatie riep in de zaal hoorbaar verwondering en bewondering op. Vervolgens lichtten de tieners hun keuze toe met lof voor dit ‘superruimdenkende werk’. De kinderjury liet zien wat zo belangrijk is, namelijk dat je gepassioneerd over het leven kunt zijn. En dat kúnst het leven de moeite waard maakt. Hier was duidelijk een vonk overgeslagen. Hét bewijs dat kunst toegankelijk is voor iedereen die zijn ogen open wil doen.

De tweede vlam lichtte op in Museum Catharijneconvent, waar ik op werkbezoek was met een CDA-Kamerlid dat zich verder wilde verdiepen in cultureel Nederland. Aan die missie werken wij als fonds graag mee. We liepen eerst door de expositie Feest! waar je aan de hand van kunst meer te weten komt over vieringen als Kerstmis, Suikerfeest, Chanoeka en Sinterklaas. De expositie is een samenwerking tussen verschillende musea verspreid door het land. Directeur Marieke van Schijndel betoonde zich een uitgesproken voorvechter van samenwerking. Het Catharijneconvent heeft onder haar leiding ook het Grootste Museum van Nederland in het leven geroepen, dat in 2017 open ging. Het Grootste Museum van Nederland is een samenwerking van elf kerken en twee synagogen. In Groningen horen er bijvoorbeeld de middeleeuwse en barokke kerken bij van Krewerd, Middelstum en Midwolde, met hun paradijsschilderingen, oude orgels en marmeren beeldhouwwerken. Met het Grootste Museum van Nederland heeft Museum Catharijneconvent een spotlicht gezet op kerkelijke architectuur, inclusief kunstwerken en geschiedenis.

Het werkbezoekende CDA-Kamerlid merkte op dat het zo bijzonder en gul is dat het Catharijneconvent op deze manier als Rijksmuseum samenwerkt met vele andere, vaak kleinere instellingen. En hij vroeg wat de sleutel was van het succes. Marieke van Schijndel antwoordde dat deze projecten kunnen slagen omdat het Catharijneconvent er zélf ook wat aan heeft. Alleen als álle partijen zien dat ze beter worden van samenwerken werkt dit ook op langere termijn, betoogde ze. Ik vond dat een mooi uitgangspunt en een bescherming tegen het komische maar weinig vruchtbare motto dat ik eens hoorde van een andere museumdirecteur, die verkondigde: Samenwerken doe je het best alleen.

Als het gat van de bezuinigingen niet wordt gevuld, en daar ziet het naar uit, dan is samenwerken een lucratieve manier om daar mee om te gaan. Het Mondriaan Fonds kan hierin waar mogelijk een partner zijn, bijvoorbeeld via de Bijdrage Samenwerking Musea.

Kortom, enerzijds die ‘open minded kids’, om het in goed Nederlands te zeggen, die bij de Prix de Rome hun passie voor kunst en daarmee voor het leven lieten zien, en anderzijds dat realistisch samenwerkende en tegelijk gulle Museum Catharijneconvent – die twee beelden neem ik graag mee het nieuwe jaar in en draag ik graag aan jullie over als fakkels van hoop!

Tot slot nog dit: er is zo veel om reikhalzend naar uit te kijken dit jaar! Ik zou een opsomming kunnen geven van al die prachtige plannen, een lange, lange opsomming als een gedicht, maar ik doe mezelf geweld aan en noem er slechts drie. Ik zie uit naar het Europees jaar voor het erfgoed en de bijzondere pilot die we daarvoor mee mogelijk maken. Ik verheug me op Prospects & Concepts, de startersexpositie bij Art Rotterdam, die een vrijstaatje vormt bij de kunstbeurs; een feest voor nu en een belofte voor later! En ik wil nog noemen de presentatie van het essay Oude meesters van Leo Delfgaauw, over het gevorderd kunstenaarschap, dat laat zien dat talent geen leeftijd kent en beter wordt naarmate het verder rijpt.

Bovendien kijk ik uit naar al die plannen uit het veld van beeldende kunst en erfgoed, van jullie dus.

Ik klink graag op de plannen die jullie wellicht nu aan het smeden zijn en wens jullie allen een fantastisch 2018!