Toespraak nieuwjaarsbijeenkomst Mondriaan Fonds 2020

Uitgesproken door directeur Eelco van der Lingen
Het HEM, 9 januari 2020

Welkom in Het HEM, welkom bij de nieuwjaarsborrel van het Mondriaan Fonds, maar vooral welkom in 2020!

We zijn begonnen aan een nieuw decennium en wie de social media erop naslaat en alle bespiegelingen leest, merkt dat er dan toch iets bijzonders gebeurt. Dit is niet zomaar weer een jaartje, we sluiten een tijdperk af en gaan een nieuwe periode in. Wat ook niet onopgemerkt is gebleven: we gaan de jaren twintig in. Die lijken bij voorbaat al ‘roaring’ te worden; een periode van grote transitie wacht ons, misschien wel gelijk die van een eeuw geleden.

Nu wil ik niet teleurstellen, ook ik denk dat we een heel belangrijk decennium ingaan en dat we over lange tijd nog zullen terugblikken op een periode waarin alles veranderde en alles nieuw werd.

Het kan ook eigenlijk niet anders, want niet alleen met betrekking tot vuurwerkoverlast lijken we er wel klaar mee te zijn. We komen om in de plastic soep, Australië staat in brand en de zeespiegel trekt zich weinig aan van de besluiteloosheid op een klimaattop. Het internet dat ooit heel utopisch moest leiden tot nieuwe vormen van democratie is een podium geworden voor consumentisme en fake news. En helaas gaat dat verder dan het vals verleiden van het publiek met nepadvertenties vol bekende Nederlanders die bitcoinwinsten voorspellen. De wereldpolitiek wordt momenteel beïnvloed door mis-informatie die ver voorbijgaat aan de klassiek geretoucheerde nieuwsfoto of een propaganda-leus.

De jongere generatie pikt het allemaal niet meer en wil haar eigen toekomst vorm gaan geven. En gelijk heeft ze.

Ook in onze kunst- en erfgoedsector zijn we denk ik wel klaar voor een nieuwe toekomst. Sowieso zie ik veel nieuwe gezichten op nieuwe en bestaande plekken, altijd een goed teken.

Maar voordat we die toekomst induiken is het wellicht goed om ook even terug te kijken naar de afgelopen tien jaar. We kijken terug op een lastig decennium. Er is pijn gevoeld. Zekerheden zijn ondergraven en het bestaansrecht van onze sector is ter discussie gesteld op een manier die geen recht doet aan de tomeloze inzet van diegenen die hem hebben vormgegeven. We zijn veerkrachtig gebleken, maar die veerkracht is niet vanzelfsprekend. De Fair Practice Code is er niet voor niets, die is er gekomen omdat aan alle veerkracht een eind kan komen. Voor niets werken, omdat cultuur nu eenmaal een groot goed is, het houdt een keertje op, en terecht!

Het Mondriaan Fonds van nu is een fonds dat is vormgegeven door deze periode. Als nieuw fusie-fonds zette het zich in om de zichtbaarheid van de kunst- en erfgoedsector te vergroten en om zo draagvlak te vergroten en de waarde van kunst en erfgoed te kunnen waarborgen en verdedigen. Ik denk dat ik mijn collegae van het fonds en mijn voorganger mag complimenteren met de resultaten.

Hoewel nog steeds op rantsoen, de kunst- en erfgoedsector is sterker geworden. Dat is natuurlijk vooral te danken aan de sector zelf. De sector is in de ringen gaan hangen en heeft zich suf maar ook sterk en lenig getraind. En heel belangrijk, de sector heeft zich verenigd en is gaan samenwerken. BKNL, de groep samenwerkende belangenverenigingen binnen de beeldende kunst, is een mooi voorbeeld van een ontwikkeling in het afgelopen decennium met als prachtig resultaat de richtlijn voor kunstenaarshonoraria, indirect aanleiding tot de ontwikkeling van de Fair Practice Code en een nationaal en internationaal voorbeeldstellende richtlijn. Dat blijkt uit de interesse die er in de rest van Europa momenteel voor is.

Er zijn ook andere mooie voorbeelden van samenwerking zoals de recente aankoop van een schilderij van Van Gogh door het Drents Museum en het Van Gogh Museum; randstad en regio trekken samen op. Verder is er het gezamenlijke aankoopbeleid van het Stedelijk Museum Schiedam en Schunck in Heerlen en in Friesland sloegen het Natuurmuseum, het Landbouwmuseum, het historisch centrum Tresoar, het Fries Scheepvaartmuseum en het Fries Museum de handen ineen om een prachtig nieuw collectiedepot te kunnen realiseren.

Dat was overigens niet het enige nieuwe gebouw dat we de afgelopen jaren zagen verrijzen. Naturalis heeft recentelijk zijn nieuwe, en meer dan prachtige onderkomen in gebruik genomen en ook de Lakenhal in Leiden trok een mooie nieuwe jas aan.

Mooie nieuwe gebouwen markeren het belang van de collecties en zijn de opmaat naar een voorspoedige toekomst, maar er zijn andere redenen waarom ik denk dat er een mooi nieuw decennium aankomt. Ik proef het in de behoefte van instellingen en individuen om stelling te nemen of bij te dragen aan een betere maatschappij. Ik zie het terug in een traject als STUDIO i, het platform voor inclusiviteit van het Stedelijk Museum en het Van Abbemuseum, en in een project zoals dat van het erfgoedlab DIG IT UP dat samen met het Stadsarchief Rotterdam een gebruiksvriendelijke opensource-applicatie ontwikkelt, waarmee vrijwilligers Rotterdamse verhalen en beelden kunnen vastleggen. Ik zie het in het initiatief van tien Nederlandse natuurhistorische musea om samen een bijenradar te ontwikkelen om zo gezamenlijk de bedreiging van de bijenstand tegen te gaan. Ik zie het ook in de presentaties van de Prix de Rome, en zeker in die van de winnaar Rory Pilgrim die in zijn werk de stem van de eerdergenoemde jonge generatie een podium geeft.

Ik zie de behoefte om verder te kijken dan het eigen ego, ik zie interesse in – en betrokkenheid bij – de ander. Ik denk dat we diezelfde betrokkenheid en interesse ook gaan zien in het culturele landschap. Ik denk dat als we over tien jaar terugkijken, we ons dan verrijkt zijn gaan voelen door een breder perspectief dan alleen dat van onszelf, dat we er dan achter zijn gekomen dat kunst en erfgoed meer bijdragen aan de maatschappij als we het breed durven te delen en dat ook de interesse in de ander ons als samenleving en als individu uiteindelijk veel verder brengt. Verbreding, of dat nu richting andere groepen in de samenleving, andere genres en disciplines of richting de regio is, is uiteindelijk een investering in de breedte en rijkdom van kunst en erfgoed zelf.

Wij bij het Mondriaan Fonds willen ook de komende jaren daaraan bijdragen. Dat doen we vanaf 2021 binnen een nieuw beleidsplan, waaraan op dit moment de laatste hand gelegd wordt. Verwacht daarin aandacht voor de kunstenaar en de maker, voor nieuwe mogelijkheden die hun praktijk zullen ondersteunen en verstevigen. Verwacht een waardering voor die waardevolle objecten die we in musea verzamelen en presenteren, maar ook voor ontwikkeling en onderzoek binnen kunst en erfgoed. Verwacht vooral aandacht voor verbinding, voor groter draagvlak en voor veel, heel veel interesse in de ander, want uiteindelijk ligt daarin ook onze eigen toekomstige rijkdom besloten.

We zijn hier in het HEM en dat is niet zomaar. Het HEM is een mooi nieuw initiatief dat laat zien dat verbreding en interesse in de ander uiteindelijk leidt tot verrijking. Hoe spannend is de dialoog hier wel niet tussen architectonisch erfgoed, beeldende kunst, vormgeving en popular culture? Wat een prachtige aankondiging van een nieuwe tijd op de grens van een nieuw decennium.

Voordat we daarnaar gaan kijken en voordat we gaan toosten op een mooi 2020 wil ik jullie hierbij graag bedanken voor jullie aandacht en voor alles wat jullie gaan bijdragen aan die heerlijke roaring twenties van de toekomst.

Proost!