Janine van Oene

De beelden die Janine van Oene (1988) gebruikt als aanleiding voor een schilderij worden vaak geleid door de emotionele waarde die mensen toekennen aan bepaalde momenten. Het zijn afbeeldingen uit interieurs waaraan bewoners in verloop van tijd elementen met een symbolische waarde hebben toegevoegd. Het kunnen vazen of kandelaars zijn, vloerpatronen of details van wandkleden die verwijzen naar een herinnering. In haar schilderijen probeert Van Oene de schoonheid en betekenis van deze decoratieve elementen te vangen. Geregeld dringt daarbij ook de natuur de ruimte in, hetzij als decoratief gegeven, hetzij als achtergrond. Daarvoor verwijst zij naar de symboliek van de fontein, een object dat al eeuwenlang onderdeel uitmaakt van de gebouwde omgeving en tuinen. Hoewel het werk van Van Oene in de loop der jaren steeds abstracter werd, is de referentie naar een emotionele herkenning gebleven. Onlangs maakte zij haar eerste ruimtelijk werk, in opdracht voor het K.F. Heinfonds in de foyer van Tivoli Vredenburg. Op het geschilderde werk bevestigde zij driedimensionale vormen van epoxy en styrofoam die de ruimte in steken. Van Oene noemt het ruimtelijke schilderkunst, een experiment dat zij verder ontwikkelt voor Prospects & Concepts. Daar wil zij haar geschilderde werk in een driedimensionale installatie presenteren. Met dit werk reageert zij ook op de context van de tentoonstelling, door de kijker bewust te maken van haar constatering dat het zonder subsidies moeilijk is om als kunstenaar werk te maken en dit op een goede manier te presenteren. (MB)