Het Mondriaan Fonds heeft opdracht gegeven voor een omvangrijk onderzoek naar de impact en ontwikkeling van de subsidieregeling Kunstenaar Start (en alle voorlopers daarvan) over de afgelopen 30 jaar. Met dit onderzoek wil het fonds inzicht krijgen in de werking van de regeling en welke bijdrage de regeling levert aan de kunstenaarspraktijk op de lange termijn.
Het onderzoek werd uitgevoerd in samenwerking met 2 partijen: HTH Research, dat verantwoordelijk is voor het kwantitatieve deel, en de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht (HKU), die het kwalitatieve onderzoek verzorgd heeft. Door deze gecombineerde aanpak zijn zowel cijfermatige trends als persoonlijke ervaringen van kunstenaars in kaart gebracht.
Inzichten gepresenteerd tijdens Art Rotterdam
De eerste inzichten uit het onderzoek werden vrijdag 27 maart jl. gepresenteerd en besproken tijdens een panelgesprek op Art Rotterdam. Tijdens Art Rotterdam organiseert het Mondriaan Fonds jaarlijks Prospects, de tentoonstelling waar nieuw werk te zien is van de kunstenaars die eerder de Kunstenaar Start bijdrage ontvingen. In het panelgesprek gingen onderzoekers, kunstenaars en andere betrokkenen met elkaar in dialoog over de betekenis van de regeling en de bredere context van talentontwikkeling en loopbaanplanning binnen de beeldende kunst.
Volgens Lies Wijnterp, een van de auteurs van het kwalitatieve onderzoek van de HKU, heeft het ontvangen van een Kunstenaar Start bijdrage accumulerend effect op de loopbaan van de kunstenaar: “Door de toekenning van de Start subsidie vindt een versnelling of intensivering van de eigen praktijk van de kunstenaar plaats. Het ene netwerkcontact leidt tot een ander, en zichtbaarheid (bijv. op Prospects op Art Rotterdam) leidt tot meer zichtbaarheid op andere tentoonstellingen en beurzen. Dit cumulatieve aspect zit ook in de regeling zelf, omdat kunstenaars naast een geldbedrag (vrijwillig) toegang krijgen tot Prospects en een mentorprogramma.”
Volgens Eva Postema, directeur a.i., hecht het Mondriaan Fonds grote waarde aan reflectie en kennisontwikkeling: “Door periodiek onderzoek te doen naar het effect van subsidieregelingen, kan het fonds beleid evalueren en waar nodig verbeteren. Als publiek fonds hebben we de verantwoordelijkheid om niet alleen te ondersteunen, maar ook te begrijpen wat de impact van onze regelingen is. Onderzoek zoals dit helpt ons om beter onderbouwde keuzes te maken, verantwoording af te leggen en de sector duurzaam te versterken.”