interviews

Levend Literair Erfgoed

literatuurmuseum.nl literatuurmuseum.nl

Druk erop houden voor constant hoge productie

Op het online platform Literatuurmuseum (voorheen Levend Literair Erfgoed) presenteert het Literatuurmuseum resultaten van de wetenschappelijke samenwerking met het Huygens Instituut voor Nederlandse geschiedenis. Aad Meinderts, directeur van het Letterkundig Museum, spreekt van “over en weer profiteren”.

Wat is de meerwaarde van de samenwerking?
“Wij halen de wetenschappelijke kennis in huis die door de bezuinigingen een flinke knauw is toegebracht. Onze kracht ligt in het maken van de vertaalslag van droog onderzoeksmateriaal naar een presentatie voor een breed publiek. De twee instituten zijn complementair.”

Hoe ziet die samenwerking er in de praktijk uit?
“We werken volgens de zogeheten scrum-methode. Daarbij brengen we al het onderzoek en alle betrokken partijen, waaronder onze vast designpartner Vruchtvlees, samen. Het is een snelkookpan van nauw overleg. Binnen een periode van soms maar zeven weken moeten alle ins en outs van een presentatie er liggen.”

Waarom die hoge snelheid?
“Op die manier kunnen we een hoge productie halen. Het gevaar van zo’n integrale benadering waarbij iedereen betrokken is, is dat je gaat uitlopen. En daarom moet je de druk erop houden.”

Wat betekent de samenwerking voor de rol van het Literatuurmuseum?
“Vroeger waren wij alleen de beheerders van de collectie en boden wij stukken aan voor onderzoek. Nu is er een dialoog met de onderzoekers; we spreken over elkaars inbreng. De presentatie beïnvloedt op haar beurt ook voor een deel het onderzoek.”

Weet het publiek het platform te vinden?
“Het bezoek is boven verwachting. De 100.000 bezoekers waar we voor het eerste jaar op mikten, hadden we al binnen een half jaar gehaald. Dat heeft er ook toe geleid dat we het platform hebben omgedoopt tot Literatuurmuseum en ons fysiek museum inmiddels ook. Dat klinkt publieksvriendelijker en dekt de lading ook beter. De site is een museum op zich geworden, waarin de collectie helemaal centraal staat. En we zijn zelf ook zelfbewuster naar de collectie gaan kijken, zowel met de ogen van onderzoekers, als met die van het algemene publiek.”

Hoe houdt u dit platform gaande?
“Deze samenwerking is opgezet rond en in dienst van de collectie. Na het aflopen van de fondsbijdrage hebben we het platform dan ook opgenomen in de reguliere exploitatie. Dat betekent dat we intern onze prioriteiten daar leggen.”

Interview: Edo Dijksterhuis