interviews

Samenwerking hippomobiel erfgoed

Tentoonstelling hippomobielerfgoed in Museum van Loon Tentoonstelling hippomobielerfgoed in Museum van Loon

Vaart erin houden met kleine stappen

Het idee was om 2020 uit te roepen tot Jaar van het Rijtuig. Voorafgaand hieraan onderzocht Museum van Loon hoeveel animo er is voor samenwerking binnen de hippomobiele erfgoedsector. “We moeten individuele successen aan elkaar koppelen”, leerde directeur Tonko Grever.

Wat was de aanleiding voor dit haalbaarheidsonderzoek?
“Lange tijd was er een nationaal rijtuigmuseum in Leek, dat gefinancierd werd door de gemeente en provincie Groningen. Toen die steun stopte, was er plots geen centrale organisatie meer die zich bezighield met hippomobiel erfgoed. Met hulp van vele particulieren en fondsen, waaronder het Mondriaan Fonds, heeft Museum van Loon het koetshuis kunnen verwerven en restaureren, en daarom voelen we ons verantwoordelijk voor het hippomobiele erfgoed in Nederland. Maar ook voor ons is het geen kerntaak. Samenwerking met ander musea zou de oplossing zijn.”

Wat was de uitkomst van het onderzoek?
“Dat er op dit moment geen steun is voor een groot landelijk platform. We hadden gehoopt in 2020 het Jaar van het Rijtuig te organiseren waarin we het hippomobiel erfgoed in volle breedte tonen. Maar dat is lastig omdat er eerst grote achterstanden moeten worden weggewerkt. De meeste rijtuigen zijn er slecht aan toe. Er is 2 à 3 miljoen euro nodig om de Collectie Nederland op niveau te krijgen. Omdat er geen fondsen zijn, loopt alles vast.”

Wat is het alternatief?
“Kleine stappen maken. Zo opent in oktober 2016 een tentoonstelling over de gala-berline in Nederland, waarin wij samenwerken met de Koninklijke Stallen, Kasteel Twikkel, Paleis het Loo en Museum Nienoord. Er verschijnt een boek bij de tentoonstelling en een educatieve app. NRC Handelsblad maakt een special over de gala-berline. Op die manier genereren we landelijke aandacht.”

Hoe houdt u het momentum vast?
“Halverwege volgend jaar organiseren we een symposium, liefst samen met de Rijksdienst voor het Culturele Erfgoed. Hopelijk kunnen we andere collecties bewegen tot een restauratietraject als het onze. Dan zouden we tien plaatsen kunnen creëren waar aandacht is voor het rijtuig. Gedecentraliseerd dus in plaats van een nationaal rijtuigmuseum.”

Wat is de belangrijkste winst van dit onderzoek?
“Zonder dit onderzoek zouden we gewoon begonnen zijn, op de verkeerde weg. Het heeft ons een hoop geld, tijd en moeite bespaard. En we houden de vaart in het project.”

Interview: Edo Dijksterhuis