Wendelien van Oldenborgh

Wendelien van Oldenborgh. Foto: Ari Versluis

Geboren: 1962, Rotterdam
Werkgebied: Beeldend kunstenaar

‘Wat ik zou willen ‘ondernemen’ is een poging om als mentor samen met een jonge kunstenaar aan de verbreding van kennis en sensibiliteiten te werken, door mijn ervaringen te delen en deze uitwisseling als potentieel voor een grotere continuïteit te zien.’

Na mijn opleiding aan Goldsmiths’ College in London gedurende de jaren tachtig heb ik nog lange tijd buiten Nederland gewoond en gewerkt, in verschillende situaties. Sinds 2004 heb ik mijn basis in Rotterdam en produceer werken waarbij het proces van de productie zelf het moment van onderzoek en ontwikkeling is. Ik baseer de procedure op mijn amateurkennis van de cinematische productie en gebruik deze vervolgens om een gedachtengoed te activeren rond een interessegebied wat ik in focus neem. De hele productie is een breed en open proces waarin de mensen die ik uitnodig om verschillende rollen op zich te nemen, de inhoud mee beginnen te bepalen door hun handelen en spreken. Het interesseert mij daarbij om vrij uiteenlopende posities bijeen te brengen. Het uiteindelijke werk neemt verschillende vormen aan waarin geprojecteerde beelden een rol spelen, maar waarbij ik ook de opzet van viewing bepaal door middel van ruimtelijke settings. Deze installaties toon ik in een heel ruime variëteit aan tentoonstellingen, van grootse Biënnales – recent natuurlijk het Nederlands Paviljoen in Venetië 2017 – en filmfestivals zoals de Berlinale 2018 tot kleinere toegewijde initiatieven.

Continuïteit in de kunst ontstaat mijns inziens in een samenspel. Dat geldt niet alleen in een persoonlijk oeuvre, maar ook in het bredere kunstdiscours. In mijn eigen geval spelen uitwisselingen, relaties en fricties een rol binnen de productieprocessen zelf, als ik hierbij letterlijk verschillende mensen betrek. Maar ook in algemenere zin ontstaat nieuw werk vanuit een relatie met de omgeving. Dit kan de maatschappelijke situatie zijn die aanleiding geeft te reageren, maar het zijn ook de ontwikkelingen in de wereld van ideeën, methodes en vormen waarop we reageren en willen antwoorden. Het contact tussen denkers, critici, curatoren en kunstenaars is daarom een continue vormende situatie.

Naast de vele posities als lesgevende die ik al met plezier vervulde – bijvoorbeeld als gastprofessor aan de Universität für Angewante Kunst in Wenen, en recenter de Kunsthochshule in Kassel, maar ook als docent aan the Master of Artistic Research in den Haag of bij Dutch Art Institute; of als mentor, verbonden aan het Associate Artist Program van LUX in London – werk ik al sinds het begin van mijn kunstenaarschap als zelfstandige in verscheidene landen. Ik heb dit nog nooit als ‘ondernemer’ betiteld of gezien en vind het belangrijk weerstand te bieden tegen de dwang van de huidige tendensen om mij zo te gaan benoemen. Een rechtsgeldige status in het land waar je professioneel functioneert is uiteraard vereist, maar ‘ondernemen’ is wat mij betreft juist niet de bezigheid van een kunstenaar. We hoeven niet op de voorgestelde manier te gaan denken over het kunstenaarschap, en om mee te draaien in het werkgebied – in de kunstsector, waarbinnen een veelheid aan functies en posities worden ingenomen en uitgevoerd door uitermate gedreven en gekwalificeerde mensen – is dit ook beslist niet noodzakelijk.

Wat ik wel graag zou willen ‘ondernemen’ is een poging om als mentor samen met een jonge kunstenaar aan de verbreding van kennis en sensibiliteiten te werken, door mijn ervaringen te delen en deze uitwisseling als potentieel voor een grotere continuïteit te zien.