Evita Vasiljeva

Evita Vasiljeva, Hormones, 2017, metaal, beton, hout, tie wraps, licht met geluidssensor, 25 x 57 x 57 cm (2x) Evita Vasiljeva, Hormones, 2017, metaal, beton, hout, tie wraps, licht met geluidssensor, 25 x 57 x 57 cm (2x)

Evita Vasiljeva (1985) maakt beelden en installaties met industriële materialen als beton, rubber en ijzer die sterke associaties oproepen met architectuur. Tegelijkertijd denkt Vasiljeva als een traditionele beeldhouwer over begrippen als massa en volume en gebruikt ze technieken als afgieten en boetseren. Het zichtbaar maken van het werkproces in het uiteindelijke beeld, waarin ze onder anderen wordt geïnspireerd door werk van de Amerikaanse kunstenaar Lee Lozano, speelt voor haar een belangrijkere rol. Zo kan ze verder kijken dan schoonheid alleen en ruimte bieden aan het experiment. Tegelijkertijd wil ze zo de relatie tussen skelet en massa van het beeld benadrukken: “The skeleton and the body have a very close relationship to one another, they complement and need one another. I like to reveal this relationship, to see what happens under the surface, under the skin.”

In Hormones (2017) contrasteert het ruwe beton met de glanzende, kleurrijke kern. Door middel van geluid-sensitieve lampen, veranderen ze van kleur onder invloed van stemmen of dreunende voetstappen van bezoekers en kunnen ze afwisselend verleidelijk, vrolijk of nerveus ogen zonder dat Vasiljeva daar controle over heeft. De wandvullende poster op de achtergrond is een collage van beelden die gerelateerd zijn aan haar werkproces, ook gepubliceerd in een kunstenaarsboek. Door die beelden ten opzichte van elkaar te kantelen en te combineren, verliezen ze houvast en krijgen ze een abstracte en tegelijk ruimtelijke uitstraling die de tentoonstellingsruimte lijkt voor te zetten. Ze gaan bovendien een directe relatie aan met de sculpturen op de voorgrond. De titel Zinc Violet (backdrop) is afkomstig van een werk van de kunstenaar Sarah Boulton, die in tekst als overdenkingen over het beeld lopen.

evitavasiljeva.com

Tekst: Esther Darley