Janina Frye

Janina Frye, The warmth of a seat, 2018 opblaaskussens, compressor, beton foto: Charlott Markus, courtesy P/////AKT, Amsterdam Janina Frye, The warmth of a seat, 2018 opblaaskussens, compressor, beton foto: Charlott Markus, courtesy P/////AKT, Amsterdam

Waar ligt de grens tussen mens en object? Hoe kijken wij naar objecten, welke positie en invloed hebben ze in ons leven? Dit zijn vragen die ten grondslag liggen aan het werk van Janina Frye (1987). Ze stelt het bestaan van de mens gelijk aan het bestaan van niet-menselijke objecten. Haar werk is beïnvloed door filosofische speculaties over de toekomst van de mens-ding-relatie. Ook ideeën uit oude religies en culturen zijn belangrijke inspiratiebronnen zoals het animisme, waarbij zielen of geesten ook in planten, stenen en objecten worden gezien. Frye is geïnteresseerd in de fase waarin de grenzen tussen lichaam en object diffuus worden en het niet meer duidelijk is of het de mensen zijn die de objecten ontwerpen of dat de objecten een bepaalde invloed hebben op het gedrag van de mens.
In haar recente werk onderzoekt Frye materialen die optreden als intermediairs tussen het natuurlijke en het artificiële, gevormd en toegepast om nauw met het lichaam samen te werken of daar zelfs mee te versmelten, zoals protheses. Ze geven vrijheid, maar nemen die ook weg en zijn uiteindelijk minder afhankelijk van ons dan wij van hen. Frye creëert een atmosfeer waarbinnen deze ‘dode’ objecten en materialen geactiveerd worden en een eigen leven beginnen te leiden.

The warmth of a seat (2018) bestaat uit enkele door een generator aangedreven opblaasbare kussens die omhoog komen om daarna weer langzaam leeg te lopen. Op de kussens ligt een afgietsel dat lijkt op een lichaamsdeel. Daarmee refereert Frye aan de term ‘infrathin’ van Marcel Duchamp die hij verklaarde aan de hand van een voorbeeld: iemands afdruk die achterblijft in een stoel kort nadat hij opstaat. Ook een soort tussenruimte tussen mens en object.

janinafrye.com

Tekst: Esther Darley