Lotte Bosman

Lotte Bosman, Mooring line experiments (detail), 2017

Het recente werk van Lotte Bosman (1987) is geworteld in haar interesse in de natuurlijke en culturele geschiedenis van het landschap. Daarbij draait het steeds om vier basis uitgangspunten: het begrijpen van de natuur op basis van grondstoffen, het begrijpen van grondstoffen op basis van artistiek onderzoek, het herdefiniëren van grondstoffen in een kunstwerk en het reflecteren op postnatuurlijke landschappen. Het werk dat Bosman tijdens Prospects & Concepts presenteert is een vervolg op de werken waaraan ze begon tijdens een werkperiode aan de Robert Callender International Residency for Young Artists in Kinghorn (Schotland). Tijdens de residency reflecteerde ze op de relaties tussen de Noordzee en de kolen- en zoutwinning aan de kust. In de hier getoonde installatie ‘Salt Diapir’ zijn zwarte touwen van verschillende diktes en materialen bij elkaar gebonden tot de vorm van een omgekeerde pion. De uiteindes van de touwen hangen in diverse glazen kommen waar zout water in zit. De touwen nemen het water op en vervoeren dit omhoog. Door de verdamping van het water zullen enkel de zoutkristallen achterblijven, die steeds groter kunnen groeien. De vorm refereert aan de zoutkoepels zoals die in de ondergrond van Noord-Nederland zitten (dankzij de aanwezigheid van die zoutkoepels zit daar zoveel gas in de bodem, een restproduct van steenkool en dus van de oorspronkelijke vegetatie uit het Carboon). De zoutkristallen zijn uiterst fragiel; door aanraking vallen ze als stof naar beneden. Maar zolang er zout water in de reservoirs op de grond zit, zullen er nieuwe zoutkristallen ontstaan. (SH)