Milena Naef

Milena Naef, Fleeting Parts, 2016, Cristallina marmer, variabele maten. Foto: Maja Karen. Courtesy: de kunstenaar en Lumen Travo Milena Naef, Fleeting Parts, 2016, Cristallina marmer, variabele maten. Foto: Maja Karen. Courtesy: de kunstenaar en Lumen Travo

Milena Naef (1990), afkomstig uit een Zwitserse steenhouwersfamilie die vier generaties terugvoert, wordt gefascineerd door de relatie tussen het lichaam en de telkens veranderende omgeving waarin we ons bevinden. In eerste instantie was haar werk een zoektocht naar een eigen positie binnen de steenhouwerstraditie en een reactie op de druk om die familietraditie voor te zetten. Daarbij zette ze ook haar eigen lichaam in als materiaal. Voor Fleeting Parts (2016) bijvoorbeeld probeerde ze de voor haar fysieke en mentale belasting van het marmer te vertalen in tijdelijke performance-achtige sculpturen. Hiertoe zaagde ze haar lichaamscontouren deels uit een marmeren plaat om die, als een soort mal, weer over haar eigen lichaam heen te leggen. Zo kwam uit het koele marmer plots haar zachte huid tevoorschijn. In die bijna onmogelijke verbinding werd het contrast tussen het kwetsbare lichaam en het harde marmer opgevoerd maar was er ook de onvermijdelijke associatie met de klassieke beeldhouwkunst (Bellini!) en de nieuwe weg die Naef onderzocht.

Naef raakt steeds meer geïnteresseerd in de manier waarop het lichaam zich aanpast aan de omgeving. “I am fascinated by the thought that our bodies stand in a constant ‘choreography’ with their environment. Due to the inevitable presence of our bodies, I believe that we define ourselves through the constant interaction we are forced to have with our surroundings”

Precies dat idee benadrukt ze in Untitled Furniture The Second (2017) waarin ze marmerbladen, in al hun onwrikbaarheid, als een soort wezens verbindt met – en een rol laat spelen in – een huiselijke setting. Op dit moment werkt ze aan beelden die ze baseert op het maatsysteem van Le Corbusier dat gebaseerd is op menselijke verhoudingen.

milenanaef.com

Tekst: Esther Darley