Click here for English
Jeanne Vrastor (1993) wordt gedreven door de vraag hoe materialen en gebaren alternatieve vormen van kennis kunnen voortbrengen. Haar werk is geïnspireerd door archeologisch en antropologisch onderzoek, maar ook door het geheugen van het lichaam en minerale en plantaardige omgevingen. Het materiaal dat ze voor haar sculpturen gebruikt draagt meestal een geschiedenis met zich mee. Door oeroude technieken als weven en gieten te verbinden met hedendaagse digitale processen, onderzoekt zij hoe de bewegingen van handarbeid nog altijd van betekenis zijn.
De installatie The Soughers (2026) bestaat onder meer uit afgietsels van planten die worden gebruikt voor het vlechten van manden, zoals de braam, brandnetel en tamme kastanje. Vrastor oogst deze planten in stedelijke omgevingen en voegt hun afdrukken samen met handgebaren, om daarmee hybride composities te creëren. De vezels die als losse eindjes uit deze figuren steken, suggereren een weefbeweging die elk moment kan worden voortgezet, alsof de tijd slechts even heeft stilgestaan.
De kunstenaar gebruikt ook foto’s van archeologische opgravingen van manden en fragmenten van weefsels uit de prehistorie, die ze vervolgens laat 3D-printen. Vrastor: ‘De weefpatronen herinneren ons aan de gebaren die duizenden jaren eerder al zijn uitgevoerd, maar die onze lichamen in het hier en nu nog kunnen naspelen.’ Met haar installatie creëert Vrastor een poëtische choreografie die ritmisch de handeling van het weven volgt. Zo laat ze zien hoe gebaren en materialen de tijd met zich meedragen en benadrukt ze dat het menselijk lichaam, andere levensvormen en materie elkaar voortdurend vormen.
Geschreven door Kelly-ann van Steveninck