Click here for English
Joost Vermeer (1997) werkt veelal met gevonden en verzameld materiaal uit containers op bouwplaatsen.. Met name gefragmenteerde stukken hebben zijn voorkeur: elementen die ooit onderdeel waren van een compleet geheel. Het verzamelen en bestuderen hiervan vormt het beginpunt van zijn installaties. Vermeer is geïnteresseerd in het ‘waarom’ achter de weggegooide materialen. Samen vormen zij een residu van de stad dat normaal gesproken nooit bij elkaar komt.. Vermeer: ‘De vergane plek wordt plots heel anders zichtbaar en de drang tot veranderen van de mens komt naar voren: iedereen wil, bewust of onbewust, zijn eigen materiële laag toevoegen aan zijn leefomgeving.’ Werken met materiaal dat een geschiedenis draagt, in plaats van met nieuwe materie, is essentieel voor de kunstenaar.
In zijn praktijk speelt Vermeer met de wisselwerking tussen persoonlijke momentopnamen en de gegeven realiteit. Dit doet Vermeer door eigen foto’s te printen op gevonden tegels, deze stuk te slaan en opnieuw in een mal te plaatsen. In de serie Container (2026) creëert hij zo artefacten van een verdwenen plek: de eerder afgedankte omgeving wordt gevormd tot een sculptuur, omhuld met nieuwe lagen. Op deze manier stelt Vermeer de vraag of materialen herinneringen kunnen dragen. Hij fantaseert over de herkomst: wat het stuk heeft gezien en waardoor het uiteindelijk is vervangen. Kunnen bouwcontainers worden beschouwd als een archief van herinneringen die eerder verweven waren met de leefomgeving? Het spanningsveld dat ontstaat tussen de intieme dienst die het materiaal heeft bewezen en het daaropvolgende achterlaten ervan in een openbare bouwcontainer, werkt voor Vermeer als een metafoor voor de manier waarop de mens met zijn omgeving omgaat.
Geschreven door Kelly-ann van Steveninck