Click here for English
Als tiener verhuisde Juni Mun (1993) met haar familie van Zuid-Korea naar Nieuw-Zeeland en Singapore, op zoek naar een bestaan met ruimte voor een florerende toekomst. Binnen haar familiegeschiedenis bestaan ook andere, minder vrijwillige verplaatsingen. Haar oma werd in 1950 losgerukt van haar geboortegrond als gevolg van oorlog en kolonialisme. Deze uiteenlopende bewegingen – zowel in tijd als omgeving – vormen voor Mun een belangrijke bron voor haar onderzoek. Ze volgt de sporen van de vrouwen in haar familie en richt zich op de manier waarop verlies, rouw, sterfelijkheid en identiteit door generaties heen resoneren.
In The Names We Left Behind (2025) verweeft ze haar eigen sociale migratie met de gedwongen verplaatsingen van haar oma. Geïnspireerd door boeddhistische altaars en katholieke symboliek – beide kent Mun van huis uit – plaatste ze verschillende glazen huisjes op sokkels. Ze ‘ademen’: ze nemen lucht op en geven die weer vrij, als een dorp waarin elk huis op zijn eigen manier vibreert. Voor deze ritmes vervlocht Mun haar eigen ademcyclus met die van haar oma, opgenomen tijdens intieme momenten van samenzijn. In elk huisje laten stoom en condens sporen na die voortdurend veranderen. Ze zijn fragiel en tegelijk vasthoudend. Door deze onophoudelijke verschuivingen blijft het werk in beweging en wordt de blik vastgehouden. Het ademritme nodigt uit tot een kalme, bijna lichamelijke betrokkenheid. Zo vormt het geheel een verstilde plek die ruimte schept voor reflectie, herdenking en een vorm van gebed die niet aan woorden is gebonden.
Geschreven door Esther Darley