Click here for English
Nootmuskaat en foelie (het vlies dat de noot omhult) kennen een bloederige geschiedenis. Op 8 mei 1621 begon de VOC op de Molukse Banda-eilanden een genocide om het monopolie op deze specerijen te verkrijgen. Vierenveertig leiders werden onthoofd en een groot deel van de bevolking werd vermoord. Yara Jimmink (1990), geboren op 8 mei, verdiept zich in deze geschiedenis en in thema’s als migratie, kolonialisme en collectief geheugen. Vanuit haar eigen familiegeschiedenis onderzoekt ze persoonlijke en openbare archieven; haar oma werd geboren op Banda Neira. Dit onderzoek vertaalt ze naar gelaagde installaties.
De installatie 8 mei (2026) richt zich op de botanische tuin als een stille getuige van koloniale toe-eigening, geweld en ontworteling. Jimmink benadert de tuin als een vorm van botanisch imperialisme, waarbij planten en kennis worden toegeëigend en verplaatst ter bevordering van Europese handel en wetenschap. De geschiedenis van nootmuskaat en foelie laat zien hoe gewelddadig dit proces kan zijn.
Eigen foto’s, archiefmateriaal, historische prenten en keramiek vertellen samen een verhaal. Jimmink combineert foto’s van nootmuskaatbomen in de Hortus Botanicus Amsterdam met een botanische foto uit het Wereldmuseumarchief, waarop een man een boom presenteert. Dit archiefbeeld toont hoe lokale bevolkingen vaak werden ingezet om planten te demonstreren voor de westerse wetenschap. Details uit het Amboinsche Kruidboek van G.E. Rumphius (1741) gaan in dialoog met keramische vormen die sierlijk refereren aan foelie maar met een bloedrode vlezigheid ook verwijzen naar genocidaal geweld. Zo maakt Jimmink invoelbaar hoe schoonheid, geweld, wetenschap en macht met elkaar verweven zijn en hoe ontworteling doorwerkt in lichaam, landschap en geheugen.
Geschreven door Sarah van Binsbergen